ERFRECHT - 15.02.2021

Kindsdelen opeisbaar bij onderbewindstelling?

Wanneer zijn kindsdelen uit een nalatenschap opeisbaar? Wat als de langstlevende onder bewind wordt gesteld? Staat de verzorgingsgedachte voorop? Mag er worden ingeteerd op het vermogen? Wat speelde hierover bij de rechter?

De langstlevende krijgt alles. Jan en Mien hebben vier kinderen. Jaren geleden hebben ze een testament gemaakt waarin een ouderlijke boedelverdeling is opgenomen. Op basis daarvan wordt de gehele nalatenschap van de eerst overleden echtgenoot toegedeeld aan de langstlevende van hen beiden (dit staat sinds 1 januari 2003 in de wet en wordt de wettelijke verdeling genoemd).

Vorderingen voor de kinderen

De kinderen krijgen een vordering ter grootte van hun erfdeel. Deze vordering is pas opeisbaar na het overlijden van de langstlevende ouder. Maar volgens het testament zijn de vorderingen van de kinderen ook opeisbaar in enkele uitzonderingen, waaronder de situatie dat de langstlevende echtgenoot onder bewind wordt gesteld.

Onder bewind gesteld. Als Jan overlijdt, wordt zijn gehele nalatenschap toegedeeld aan Mien. Enkele jaren daarna wordt Mien vanwege haar lichamelijke en geestelijke gesteldheid onder bewind gesteld. Geert, het oudste kind, wordt tot bewindvoerder benoemd (art. 1:431 lid 1 BW) .

Kindsdeel opgeëist

Dan eist Piet, het jongste kind van de familie, zijn kindsdeel op inzake het overlijden van hun vader. Volgens het testament is dat kindsdeel immers onmiddellijk opeisbaar als hun moeder onder bewind wordt gesteld. Dat is nu het geval. In de aangifte voor de erfbelasting is elk kindsdeel vastgesteld op een bedrag van € 63.292.

Niet de bedoeling. Geert en de andere twee kinderen zijn het daar niet mee eens. Dat is nooit de bedoeling geweest van hun vader. In het testament staat duidelijk dat hij zijn gehele nalatenschap toedeelt aan Mien, met als doel om haar zo goed mogelijk verzorgd achter te laten. Geert heeft uitgerekend dat er nog voldoende middelen zijn om de particuliere zorg voor hun moeder nog twee jaar te continueren. Als de kindsdelen worden uitbetaald, komt dat in het gedrang. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid is dat onaanvaardbaar.

Verzorgingsbehoefte staat voorop. Daarbij heeft Geert zich te houden aan de richtlijnen voor de bewindvoerder. Daarin staat dat voor vervroegd uitkeren van de kindsdelen de machtiging nodig is van de kantonrechter. Als bewindvoerder heeft Geert tot taak om ervoor te zorgen dat de verzorgingsbehoefte van Mien geen gevaar loopt door intering op het vermogen.

Testament is duidelijk. De rechter ziet dat anders (ECLI:NL:RBOBR:2020:3543) . In het testament van Jan staat uitdrukkelijk dat de kindsdelen onmiddellijk opeisbaar zijn als Mien onder bewind wordt gesteld. Dat is thans het geval. Het klopt dat volgens de richtlijnen Geert als bewindvoerder toestemming nodig heeft van de kantonrechter voor vervroegd uitkeren van de kindsdelen, maar dat speelt hier niet. Het gaat immers niet om vervroegd uitkeren van een kindsdeel, maar om een openstaande schuld die voldaan moet worden. Daarvoor is geen machtiging van de kantonrechter vereist.

Hoe oordeelt de rechter? Ook vindt de rechter het niet onredelijk of onbillijk dat het kindsdeel aan Piet wordt uitgekeerd. In het testament wordt door vader Jan uitdrukkelijk de verzorgingsgedachte vermeld. Maar dat ziet alleen op een normale situatie, dus zonder onderbewindstelling van Mien. Als bewindvoerder over het vermogen van Mien moet Geert onmiddellijk € 63.292 (plus rente) overmaken naar zijn broer Piet. Ook moet hij € 3.327 aan proceskosten betalen!

Als in het testament staat dat de kindsdelen opeisbaar zijn als de langstlevende ouder onder bewind wordt gesteld, gaat het om een openstaande schuld die moet worden voldaan. Daarvoor is geen machtiging vereist van de kantonrechter.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01