EIGEN WONING - 26.05.2011

U hoeft toch niet te verhuizen als uw partner overlijdt?

U bezit een eigen woning en betaalt alle lasten samen. Als uw partner overlijdt, moet u deze lasten alleen kunnen betalen. Kunt u de hypotheeklasten en de overige lasten blijven betalen of moet u uw woning te koop zetten?

Stel, u heeft een eigen bouwonderneming met een variabel inkomen (de laatste 3 jaar gemiddeld € 60.000,-). Uw partner verdient in loondienst € 30.000,-. U heeft geen kinderen. Uw financiering op de eigen woning is € 400.000,-. Uw woning heeft een vrije verkoopwaarde van € 450.000,-. In hoeverre is een overlijdensrisicoverzekering nodig of verstandig?

De eisen van de bank

Gedragscode. De bank houdt bij het verstrekken van de hypotheek rekening met de ‘Gedragscode hypothecaire financieringen’. Deze schrijft echter niet voor wat te doen in geval van een overlijden. De bank heeft uw woonhuis als zekerheid voor uw lening. Als u na overlijden de rente en aflossing niet meer alleen kunt betalen (of als uw partner dat niet kan), dreigt er een gedwongen verkoop. De bank ontvangt dan waarschijnlijk max. de executiewaarde. Deze executiewaarde wordt vaak als basis genomen voor het bepalen van de hoog­­te van de overlijdensrisicoverzekering; het leningbedrag boven 100% van de executiewaarde moet minimaal afgedekt zijn (sinds de crisis hanteren sommige banken zelfs 70% van de executiewaarde).

Financiering: € 400.000,-. De executiewaarde is geschat op € 382.500,- (85% van de vrije verkoopwaarde). Uw overlijdensrisicoverzekering moet dan minimaal € 17.500,- bedragen. Voor de bank is dit vaak voldoende, maar voor u ook?

Wat is verstandig? De bank kijkt alleen naar wat zij minimaal wil hebben als er verkocht moet worden. Als ú echter in de woning wilt blijven wonen, dan zult u na over­­lijden minstens de hypotheeklasten moeten kun­­nen betalen. Tip. Kijk eerst naar hoeveel inkomen de overblijvende partner heeft. Naast het huidige inkomen kan die recht hebben op ANW of na­­bestaandenpensioen. U zult als bouwondernemer zelf voor dit nabestaandenpensioen moeten zorgen. Dit nieuwe inkomen zal voldoende moeten zijn om de hypotheeklasten te betalen. Laat de bank vervolgens een berekening maken van wat voor u (of uw partner) het maximale leenbedrag bij dit inkomen is. Alles wat er méér geleend is, kan dan afgedekt worden met een overlijdensrisicoverzekering.

U heeft als bouwondernemer een fiscale oudedagsreserve gevormd, maar geen extra nabestaandenvoorziening getroffen. Uw partner heeft geen recht op ANW en dus na uw overlijden geen vervangende inkomsten; het totale inkomen is € 30.000,-. Hiermee kan ongeveer € 137.500,- geleend worden. Het is dus verstandig minimaal € 262.500,- (€ 400.000,- minus € 137.500,-) te verzekeren op uw leven.

Wilt u uw levensstandaard handhaven?

70% huidig inkomen. Om het leven ongewijzigd voort te kunnen zetten (de levensstandaard in stand te laten), is het verstandig het huidige inkomen voor min. 70% af te dekken met nabestaandenpensioen of overlijdensrisicoverzekeringen. Als u kiest voor een netto-overlijdensrisicoverzekering moet het gemiste inkomen ook netto worden bekeken. Het te verzekeren bedrag hangt ook af van de periode dat u de situatie ongewijzigd wilt laten.

Uw partner mist bij uw overlijden een inkomen van € 60.000,- bruto (geschat netto € 38.000,-). Als uw partner de komende 10 jaar geen inkomsten­­achteruitgang wil, is een verzekering nodig voor ongeveer € 340.000,- (€ 38.000,- * 10 jaar, minus 10% renteopbrengst gedurende 10 jaar).

De bank eist een minimale overlijdensrisicodekking bij uw financiering. Het is echter verstandig om de overlijdensrisicodekking te berekenen op basis van de maximaal mogelijke lening na overlijden of van de huidige levensstandaard.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01