Een BV erbij? Fiscaal en juridisch goed geregeld!
Holdingstructuur
DGA. Een verstandige ondernemer zal voor zijn BV-onderneming kiezen voor een holdingstructuur.
Hij wordt zelf DGA (directeur en enig aandeelhouder) van de holding-BV en de holdingvennootschap wordt op haar beurt DGA van een of meer werkmaatschappijen (werk-BV).
Werkmaatschappijen
Exploitatie van de onderneming. De exploitatie van de onderneming wordt uitgeoefend in de werkmaatschappijen (BV’s). Deze worden op hun beurt aangestuurd door de DGA van de holding-BV.
Feitelijke leiding. Die heeft daardoor de feitelijke leiding over de gehele onderneming.
Hoe is spreiding van risico mogelijk?
Tip. Door de holdingstructuur wordt bereikt dat het bedrijfsrisico van de onderneming wordt gespreid.
Elke werk-BV is immers alleen voor de eigen schulden en verplichtingen aansprakelijk. Dat risico strekt zich niet uit tot de andere werkmaatschappijen of tot de holdingvennootschap.
Gaat er in het slechtste geval een werk-BV failliet, dan leidt dat niet tot het faillissement van de andere vennootschappen.
Uitzonderingspositie voor de bank
Bank die financiert. Daarbij moet er een uitzondering worden gemaakt voor de bank die de onderneming financiert.
Voor het verstrekken van kredieten aan een werk-BV zal de bank immers bijna altijd bedingen dat niet alleen de betreffende werk-BV aansprakelijk is voor de aflossing van de schuld (plus de rente), maar in ieder geval ook de holding-BV. En soms ook de andere werkmaatschappijen.
Kan de werk-BV aan wie het krediet is verstrekt de schuld aan de bank niet voldoen, dan kan de bank daarvoor aankloppen bij de andere (moeder- of (zuster)vennootschappen.
Ons advies |
Werken vanuit een holdingstructuur is om twee redenen ook fiscaal erg interessant, namelijk:
|
Nieuwe BV
Nieuwe activiteit. Gaat de onderneming een nieuwe activiteit uitoefenen, dan is het dus raadzaam om daarvoor een nieuwe BV op te richten.
Fiscaal zijn er geen problemen. Bovendien blijft een mogelijk risico beperkt tot de nieuwe BV.
Wat moet u bewaken dat goed gaat?
Bij oprichting van de nieuwe BV komt een aantal zaken aan de orde. Wat moet u bewaken? Lees verder!
- De hoogte van het geplaatste kapitaal moet worden vastgesteld; dat mag € 1,- zijn om het risico zo veel mogelijk te beperken (aandelenkapitaal behoort tot het risicovermogen van de BV!), maar soms is het commercieel verstandiger om dat op een hoger bedrag vast te stellen. Dit om te bereiken dat de BV door andere contractspartijen als een serieuze partner wordt gezien waarmee zaken kan worden gedaan.
- Financiering van het aandelenkapitaal geschiedt door de holding-BV; die wordt immers bij oprichting enig aandeelhouder van de nieuwe BV.
- Het geplaatste aandeel kan meteen bij oprichting of onmiddellijk daarna door de holding-BV worden volgestort, maar het is toegestaan dat dit op een later moment gebeurt als de werk-BV het geld daadwerkelijk nodig heeft.
- Het boekjaar van de nieuwe werk-BV zal gelijk oplopen met de boekjaren van de holding-BV en de andere werkmaatschappijen (meestal gelijk met het kalenderjaar). Voor het eerste boekjaar mag er een zogenoemd ‘lang boekjaar’ worden gekozen, eindigend op 31 december van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de vennootschap wordt opgericht. Er mag echter ook worden geopteerd voor een ‘kort eerste boekjaar’, eindigend op 31 december van het jaar waarin de BV wordt opgericht.
Tip. Overleg tijdig over deze punten met de accountant van de onderneming.
Bestaande werk-BV gebruiken
Oprichting met inbreng. Wordt een activiteit die in een nieuwe werk-BV moet worden ondergebracht al uitgeoefend in een bestaande werkmaatschappij, dan zijn er twee mogelijkheden. Lees verder hoe u bewaakt dat dit goed gaat.
- De BV wordt ‘contant’ opgericht. Daarna vindt er een activa-passivatransactie plaats: alle goederen (bedrijfsmiddelen, machines, werktuigen, voorraden, etc.) die behoren tot het deel van het bedrijf dat in de nieuwe BV wordt ondergebracht, worden door de nieuwe werk-BV na oprichting gekocht van de werkmaatschappij die dat deel van het bedrijf eerder uitoefende. Als er tot de bedrijfsgoederen geen onroerende zaak (bedrijfspand) behoort, dan is daarvoor geen notariële akte vereist. Dat mogen de beide BV’s onderling zelf regelen.
- De aandelen van de nieuwe werk-BV worden niet ‘contant’ volgestort (als hiervoor) maar door ‘inbreng’ (overdracht) van de hiervoor bedoelde bedrijfsgoederen. Daarvoor moet er een aparte akte van inbreng worden opgesteld. Ook is er een ‘inbrengbeschrijving’ vereist; deze inbrengbeschrijving mag niet ouder zijn dan zes maanden. Voor de beschrijving wordt meestal gebruikgemaakt van de balans van de bestaande werk-BV waarin het bedrijf wordt uitgeoefend totdat de nieuwe BV is opgericht (dus oprichten vóór 1 juli!). Zijn er meer dan zes maanden verlopen, dan moet er een nieuwe tussentijdse balans met een nieuwe inbrengbeschrijving worden opgesteld.
Groot bedrijfsvermogen, splitsing!
Bestaande werk-BV splitsen. Gaat het om een groot bedrijfsvermogen dat overgaat naar de nieuwe werk-BV en/of behoort daartoe een bedrijfspand of andere onroerende zaak, dan kan de nieuwe werk-BV worden opgericht door het splitsen van de bestaande werk-BV.
Door de splitsing gaat een deel van het vermogen van de bestaande BV (de ‘splitsende BV’) over naar de nieuwe werk-BV die bij de splitsing wordt opgericht. Daarvoor is er wel een uitgebreide procedure vereist.
Kernpunten procedure splitsing |
|
Ons advies |
|