WERKWIJZE BELASTINGDIENST - 16.05.2019

Belastingrente soms aanvechtbaar

Als u na 1 juli de inkomstenbelasting over het voorgaande jaar betaalt, krijgt u te maken met belastingrente. Een recente uitspraak maakt echter duidelijk dat de Belastingdienst niet altijd deze rente in rekening mag brengen. Wat speelde er?

Buitenlands belastingplichtige. In een recente zaak voor Rechtbank Zeeland-West-Brabant (ECLI:NL:RBZWB:2018:5511) gaat het om een buitenlands belastingplichtige. Deze man, woonachtig in België, heeft belangen in Nederland waardoor hij ook in Nederland aangifte inkomstenbelasting moet doen. Voor het jaar 2015 ontvangt hij hiervoor dan ook een uitnodigingsbrief.

Aangifte op tijd gedaan. In deze brief staat dat de man voor 1 juli 2016 zijn aangifte inkomstenbelasting moet indienen. De man dient zijn aangifte netjes op 20 juni 2016 in.

Aanslag met belastingrente. Pas op oudejaarsdag 2016 ontvangt de man een aanslag inkomstenbelasting 2015. Omdat hij nog belasting moet (bij)betalen over 2015, rekent de Belastingdienst rente vanaf 1 juli 2016 tot het moment van betaling. Het gaat om een beperkt bedrag van € 53, maar dit schiet bij de man in het verkeerde keelgat: “Hoezo moet ik belastingrente betalen terwijl ik op tijd aangifte heb gedaan?”

Wat zegt de rechter?

Volgens de wet. De berekening van belastingrente in deze zaak is wettelijk gezien juist. De wet schrijft immers voor dat er vanaf 1 juli volgende op het jaar waarover er belasting wordt geheven, belastingrente in rekening mag worden gebracht. Voor de inkomstenbelasting bedraagt de belastingrente op dit moment 4%.

Maar ook bedoeld? De vraag is echter of dit wel in overeenstemming is met doel en strekking van de wet. Het opleggen van belastingrente komt namelijk voort uit de gedachte dat het niet tijdig doen van aangifte moet worden bestraft.

Zonder verzuim geen rente? Dit betekent dus ook dat als de aangifte tijdig is ingediend, er geen reden is om belastingrente op te leggen. Daarbij komt dat de Belastingdienst niet heeft voldaan aan het zorgvuldigheidsbeginsel. Deze had in zijn uitnodigingsbrief moeten vermelden dat er belastingrente verschuldigd zou kunnen zijn. De rechtbank schrapt daarom de belastingrente.

Wat kunt u met deze uitspraak?

Op basis van deze uitspraak kunt u in bepaalde situaties in verweer komen tegen de belastingrente. Wanneer speelt dit?

Complexe aangiften. Allereerst geldt deze uitspraak voor alle situaties waarbij er wel tijdig aangifte is gedaan (binnen de termijn), maar er toch belastingrente is opgelegd. Dit gaat veelal om situaties met complexe aangiften, buitenlands belastingplichtigen, emigratie of immigratie. Het feit dat de Belastingdienst veelal lang doet over het opleggen van een (eerste) aanslag, mag de belastingplichtige niet worden aangerekend. U kunt overwegen om in dergelijke situaties met deze uitspraak in de hand bezwaar aan te tekenen tegen de berekening van belastingrente.

Aangifte inkomstenbelasting 2018. De Belastingdienst heeft aangegeven aangiften over 2018 die voor 1 april zijn ingediend, zeker voor 1 juli (voorlopig) en dus zonder belastingrente af te werken. Voor aangiften die voor 1 mei 2019 zijn ingediend, zal dit waarschijnlijk plaatsvinden. Als later blijkt dat er toch belastingrente in rekening is gebracht ondanks dat u uw aangifte na 1 april 2019 maar voor 1 mei 2019 heeft ingediend, kunt u ook dan bezwaar tegen de belastingrente maken.

Kijk altijd kritisch naar de geheven belastingrente. Is deze wettelijk terecht opgelegd en is dit ook in overeenstemming met doel en strekking van de wet? Is er sprake van een verzuim waardoor het opleggen van belastingrente gerechtvaardigd is? Zo niet, maak dan bezwaar tegen de belastingrente.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01