BOER EN BEDRIJF - 05.11.2009

Verkoopwinst zwaar belast

Als u uw onderneming (of een flink stuk daarvan) verkoopt, is de kans groot dat u daarmee een flinke winst behaalt. Da’s mooi. Minder is dat u hierover stevig belasting zult moeten betalen. Bij een beetje winst is dit snel 52%. Wat speelt?

Als u na een paar magere jaren uw onderneming verkoopt, kan er vaak nog een hoop geld worden teruggekregen door uw inkomen over de laatste drie jaren te middelen. Simpel, goedkoop en vaak doeltreffend.

Werken met een lijfrente

Hoe fiscale druk beperken? Gelukkig biedt de wet in dit soort gevallen een methode om de fiscale druk te beperken. U kunt op het bedrag van uw verkoopwinst de premie voor een lijfrente in aftrek brengen. Dan betaalt u nu geen belasting (maar later wel, over de lijfrente-uitkeringen). U kunt die lijfrente bedingen bij een grote verzekeraar, maar ook bij uw bedrijfsopvolger of uw eigen BV. In dat laatste geval is het dan wel een vereiste dat de lijfrente bedongen is als tegenprestatie voor de inbreng van een onderneming of een gedeelte daarvan in die BV. Met andere woorden: de onderneming wordt (geheel of gedeeltelijk) betaald met de lijfrente. En precies dat laatste ging hopeloos verkeerd in een recente procedure bij het Gerechtshof Den Bosch (LJN: BK0151).

Wat speelde bij een collega?

Afbetalen! Een collega-akkerbouwer dreef een akkerbouw- en veehouderijbedrijf. Maar financieel liep het niet lekker. Onder druk van de bank werd het aanwezige melkquotum verkocht voor iets minder dan een miljoen ouderwetse guldens. Daarmee kon de bank worden betaald. Iedereen blij, tot men besefte dat van dat miljoen de helft richting fiscus ging. Wat kon er nog gedaan worden?

Omweggetje. In overleg met de adviseur werd een omweeg bewandeld. Na de verkoop van het quotum werd gauw een BV opgericht, waarna met die BV een maatschap werd aangegaan. In die maatschap werd door uw collega zijn bedrijf (maar dan zonder quotum) ingebracht, terwijl de BV centjes meebracht. Vervolgens werd door uw collega bij de BV voor de eerder op het quotum behaalde overdrachtswinst een lijfrente bedongen. Hiervoor moest bij de BV een bedrag worden gestort. Dit bedrag werd deels bij een bank geleend. De BV op haar beurt stortte het ontvangen bedrag weer terug bij de bank. Dat ging niet goed!

Foute boel. Want inspecteur, rechtbank en gerechtshof weigerden de bedongen lijfrentepremie in aftrek toe te laten. De belastingrechter was van oordeel dat van een aftrekbare lijfrentepremie alleen maar sprake kan zijn als de lijfrente bij de BV is bedongen als tegenprestatie voor de overdracht van een onderneming. En dat was hier niet het geval. De ondernemer had gedacht dat als er maar (op welke manier dan ook, in dit geval door de verkoop van het quotum) winst ontstaat, voor die winst een lijfrente kan worden bedongen. Niet dus!

Hoe moet het dan wel?

Zoals in deze zaak moet het dus niet. Wil men een lijfrente bedingen dan moet de hele onderneming de BV in, en dient men bij de BV (of een derde) voor de winst een lijfrente te bedingen. Als er geld nodig is (en dat was hier het geval) dan zal de BV vervolgens geld moeten lenen of moeten de ingebrachte activa (zoals hier het ingebrachte melkquotum) verkocht worden. Bedenk wel dat de verkoop van quotum kort na inbreng fiscale problemen oplevert. Tijd is hierbij alles! Maar de hier gekozen route gaf niet het gewenste resultaat.

U kunt op het bedrag van uw verkoopwinst de premie voor een lijfrente in aftrek brengen. Dan betaalt u nu geen belasting (maar later wel, over de lijfrente-uitkeringen). Wilt u een lijfrente bedingen dan moet de hele onderneming de BV in, en dient men bij de BV (of een derde) voor de winst een lijfrente te bedingen.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01