PRIVÉ - AUTO - 27.05.2010

‘Ma, mag ik met die auto even op vakantie?’

Stel, u bent samen met uw partner ondernemers in een Vof. Zoonlief werkt ook mee en staat als werknemer op de loonlijst. Tot uw bedrijfsvermogen behoren enkele personenauto’s. Zoonlief wil wel met zo’n auto op vakantie.

Hoofdregel. Voor iedere personenauto die tot het ondernemingsvermogen behoort, dient u in beginsel het privégebruik via de salarisadministratie te belasten bij de werknemer(s) die daarvan ook privé gebruik maakt. Slechts als de auto aantoonbaar op jaarbasis voor minder dan 500 km voor privé wordt gebruikt, blijft de forfaitaire bijtelling achterwege.

U kunt hiervoor een sluitende kilometeradministratie te laten overleggen, dan wel (nog beter) gebruik maken van de verklaring geen privégebruik die uw werknemer dan dient aan te vragen. Maar als hij wel rijdt, wat dan?

Wisselend gebruik personenauto’s

500 km op jaarbasis. “Maar mijn zoon maakt wisselend gebruik van enkele personenauto’s van de Vof, wat nu?”, vraagt u zich dan af. U dient dan op jaarbasis te beoordelen of per auto al dan niet aan de 500 km grens wordt voldaan. Hierdoor blijft de bijtelling achterwege voor de auto’s waarvoor aan de hand van een sluitende kilometeradministratie kan worden aangetoond dat er op jaarbasis voor minder dan 500 km privé mee wordt gereden.

Wat is op jaarbasis? Met ‘op jaarbasis’ wordt bedoeld dat u de privékilometers naar evenredigheid in uw berekening dient mee te nemen. Wordt slechts gedurende 3 maanden van die ene auto gebruik gemaakt, moet u de totale privékilometers die met die auto in die periode zijn gereden, herleiden naar jaarbasis (dus, maal vier).

Méér dan 500 km privé? Wordt er door dezelfde werknemer op jaarbasis voor meer dan 500 kilometer in totaal privé mee gereden, dan wordt de bijtelling pro rata berekend.

Uw zoon als voorbeeld

Met de ‘gewone’ auto A, catalogusprijs € 20.000,-, rijdt uw zoon meer dan 500 km privé per jaar. Per loontijdvak van (stel) één maand is de bijtelling dan 1/12 x 25% x € 20.000,- = € 416,-. Met de ‘gewone’ auto B (catalogusprijs € 25.000,-) rijdt uw zoon in de maanden juni t/m augustus 150 kilometer privé. Op jaarbasis zou dat 600 km (dus meer dan 500 km) bedragen. Ook voor deze auto dient dan te worden bijgeteld, echter naar evenredigheid van het aantal maanden. De bijtelling voor deze auto bedraagt dan op jaarbasis (3/12 x 25% x € 25.000,-) = € 1.562,-. Totaal bedraagt de bijtelling op kalenderjaarbasis dan € 5.000,- (25% van € 20.000,-) plus € 1.562,-, oftewel € 6.562,-.

Zou auto B in die drie maanden voor 100 km privé zijn gebruikt, dan blijft de bijtelling voor die auto achterwege, op jaarbasis zou dat namelijk 400 kilometer hebben betekend.

Maken ook andere werknemers in uw onderneming voor privéritten gebruik van diezelfde auto’s, dan vindt de bijtelling in beginsel plaats bij degene die als berijder is geregistreerd. Om de bijtelling naar rato te verdelen, moet dan een nauwkeurige kilometeradministratie worden bijgehouden.

Wat is wijsheid?

Zorg per auto altijd voor een sluitende kilometeradministratie als uw werknemer geen ‘verklaring geen privégebruik’ heeft. U voorkomt daarmee bewijsproblemen achteraf. Tip. Als zoonlief enkel in de vakantiemaanden van de auto gebruik maakt en gemiddeld niet meer dan 41 km per maand privé rijdt, dan blijft de forfaitaire bijtelling achterwege. Een sluitende kilometeradministratie voorkomt daarbij bewijsproblemen.

Als zoonlief enkel in de vakantiemaanden van de bedrijfsauto gebruik maakt en gemiddeld niet meer dan 41 km per maand privé rijdt, dan blijft de forfaitaire bijtelling achterwege. Een sluitende kilometeradministratie voorkomt daarbij bewijsproblemen. Rijdt hij méér dan 500 km op jaarbasis, dan moet u fiscaal bijtellen.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01