TUCHTRECHTSPRAAK - 27.05.2020

Dreigementen uiten door een aangeklaagde arts heeft risico’s

Een werkgever van een bedrijfsarts eist van een aanklager intrekking van de klacht plus een schadevergoeding. Wat vindt de tuchtrechter van het op deze manier onder druk zetten van een klager?

Casus

Piet is lasser. Hij is ziek geworden en heeft zich gemeld bij bedrijfsarts Vonk. Hij is over Vonk erg ontevreden. Hij dient een tuchtklacht in tegen Vonk en verwijt hem dat hij ondeskundig is en valsheid in geschrifte heeft gepleegd.

Reactie directie. De bedrijfsorganisatie waar Vonk werkzaam is, laat via de directie aan Piet weten dat zij de kosten, die worden gemaakt voor het reageren op de klacht, op hem zullen verhalen. Piet trekt daarna de klacht in, omdat hij niet zit te wachten op advocaatkosten.

Excuses en vergoeding, anders ... Na de intrekking zegt de directie tegen Piet dat er twee opties overblijven: de klacht wordt voortgezet, in welk geval de gemaakte kosten op Piet worden verhaald of de klacht blijft ingetrokken, in welk geval Piet zijn excuses moet aanbieden en de helft van de al gemaakte kosten (begroot op ruim € 7.000) moet betalen. Piet gaat hier niet op in. Bedrijfsarts Vonk vraagt bij het tuchtcollege om voortzetting van de klachtbehandeling.

Geen kostenveroordeling mogelijk

Het tuchtcollege (ECLI:NL:TGZRSGR:2020:31) herinnert aangeklaagde er eerst aan dat de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) niet de mogelijkheid biedt om bij ongegrondverklaring van een klacht de klager in de kosten te veroordelen.

Wel mogelijk bij maatregel. Sinds 1 april 2019 bestaat in het tuchtrecht wel de mogelijkheid tot een veroordeling van aangeklaagde in de kosten van de klager bij gegrondverklaring van (een deel van) de klacht en oplegging van een maatregel.

Loos drukmiddel. Het indienen van een tuchtklacht kan, behoudens hoogst uitzonderlijke omstandigheden, niet als onrechtmatig worden aangemerkt. Er wordt hier volgens het tuchtcollege een loos drukmiddel ingezet, kennelijk met het doel om de klager van zijn wettelijke klachtrecht af te houden. De klager heeft de klacht ook ingetrokken. Een dergelijke vorm van beïnvloeding is in strijd met de beginselen van een goede procesorde, maar ook met de voor artsen geldende norm om zich toetsbaar op te stellen.

Toetsbaar opstellen

De Nederlandse artseneed is in 2003 herzien. In deze eed staat dat artsen zich toetsbaar dienen op te stellen en open met patiënten over incidenten en klachten dienen te spreken. In de artseneed staat: “Ik zal mij open en toetsbaar opstellen.” Het gaat daarbij zowel om het nemen van verantwoordelijkheid als om het afleggen van verantwoording.

Algemeen belang. Het tuchtcollege bepaalt dat de behandeling van de klacht in het algemeen belang moet worden voortgezet. Voor het vervolg van de zaak wordt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) als klager aangemerkt (art. 65 lid 1 sub d Wet BIG) . De klacht moet dan ook in aanwezigheid van de IGJ op een zitting worden besproken. Het college zal daarvoor een nieuwe datum vaststellen. Tegen deze tussenbeslissing van het Haagse tuchtcollege kan geen beroep worden ingesteld.

Werkt averechts. Zorgverleners moeten volgens eigen normen zorgvuldig omgaan met (tucht)klachten van patiënten, hoe onrechtvaardig een klacht soms ook mag voelen. Het dreigen met acties, zoals het verhalen van gemaakte kosten voor verweer op de klacht, werkte in ieder geval in deze casus geheel averechts. Bovendien was het een loos dreigement, want kostenverhaal door aangeklaagde zorgverleners is niet mogelijk. De aangeklaagde arts had nu te maken met een duidelijk geïrriteerd tuchtcollege en met de inspectie.

Zorgverleners dienen zich toetsbaar op te stellen. Daar past niet bij dat klagers onder druk gezet worden om een klacht in te trekken.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01