OMZETBELASTING (BTW) - 26.04.2018

Oninbare vorderingen en btw, innen op het juiste moment!

Bijna iedere ondernemer heeft er wel mee te maken: niet- of moeilijk inbare vorderingen. Onder de nieuwe regels is de btw een stuk makkelijker terug te vragen, maar vergeet u die ‘oude’ btw niet? Hoe pakt u dat als administrateur goed aan?

Oninbare vordering

Verschil met boekhouding. De btw-behandeling van oninbare vorderingen verschilt nogal van de boekhoudkundige behandeling. Waar vorderingen vaak van de balans verdwijnen, als de kans dat de vordering ooit nog ontvangen wordt als zeer klein wordt aangemerkt, is een vordering voor de btw meestal pas oninbaar als de afnemer failliet is of wanneer om wat voor reden dan ook alsnog (een deel van) de vordering wordt kwijtgescholden.

Fictie. Sinds 1 januari 2017 is de fictie ingevoerd op basis waarvan een vordering één kalenderjaar na de uiterste betaaldatum als oninbaar wordt beschouwd. Op dat moment mag de btw op deze vordering dan ook worden teruggevraagd.

Voorbeeld. Uw bouwbedrijf voert in maart 2017 een verbouwing uit voor € 12.100,- incl. btw. De factuur moet uiterlijk op 31 maart 2017 betaald zijn. De afnemer doet drie betalingen van € 2.000,- en betaalt daarna niet meer. U heeft dus nog € 6.100,- tegoed. Op 31 maart 2018 wordt de vordering bij fictie oninbaar. De btw van 21/121 x € 6.100,- kan in het eerste kwartaal van 2018 worden teruggevraagd.

Eerder oninbaar dan een jaar. Is een vordering al oninbaar geworden voordat er een jaar om is, zoals bij faillissement of omdat u met uw afnemer alsnog een lagere prijs heeft afgesproken, dan mag de btw worden teruggevraagd in de btw-aangifte waarin de vordering definitief oninbaar werd.

Let op. Als er faillissement is aangevraagd, betekent dat nog niet dat de vordering definitief oninbaar is. Er kunnen immers nog uitkeringen komen uit de boedelopbrengst. Zolang daar geen zekerheid over bestaat, is de vordering niet definitief oninbaar. Wel kunt u de btw terugvragen als na de uiterste betaaldatum één jaar is verstreken.

Betalingsregeling

Ook als er een betalingsregeling met de afnemer is afgesproken, is de btw op de nog niet-betaalde termijnen één jaar na opeisbaarheid terugvorderbaar.

Tip. Het maakt dus niet uit of de verwachting is dat de vordering nog (volledig) wordt betaald of niet. Als er één jaar na opeisbaarheid nog niet (volledig) is betaald, kunt u het beste de btw op de nog niet-betaalde termijnen terugvragen.

Alsnog betaald. Ontvangt u later alsnog betalingen van uw debiteur, dan moet er opnieuw btw worden afgedragen, zodat u per saldo het juiste btw-bedrag betaalt.

Let op. Het is niet verstandig om eerst af te wachten of er volledig betaald wordt voordat de btw wordt teruggevraagd, omdat het recht op teruggave uiterlijk één jaar na opeisbaarheid ontstaat. Als er namelijk geen btw is teruggevraagd en later blijkt de vordering (toch) deels of geheel oninbaar, kan er niet op dat latere moment nog btw worden teruggevraagd.

Lening. Een betalingsregeling is niet hetzelfde als het omzetten van de koopschuld in een leenschuld.

Let op. Als partijen op enig moment de koopschuld omzetten in een leenschuld, vervalt het recht op btw-teruggave. De koopschuld wordt dan geacht te zijn voldaan en is vervangen door een (btw-vrijgestelde) lening.

Wanneer? Dat speelt bijv. als de betalingen moeizaam verlopen en de schuldeiser met de schuldenaar een overeenkomst sluit op basis waarvan rente en aflossingen en wellicht ook zekerheidsstellingen worden afgesproken.

Hoe terugvragen?

Aangifte. Sinds 1 januari 2017 kan de btw op oninbare vorderingen teruggevraagd worden in de btw-aangifte.

Tip. Een apart verzoek is dus niet meer nodig. De btw vraagt u terug door de oninbare vordering als negatieve omzet in de aangifte te verantwoorden.

Niet teruggevraagd, vergeten?

Als de btw-aangifte waarin de btw kon worden teruggevraagd al is ingediend, kunt u de hiernavolgende acties ondernemen om de btw alsnog terug te vragen.

  • Suppletieaangifte doen. Een suppletieaangifte is officieel een bezwaar tegen de eigen btw-aangifte. Als er discussie over de teruggave kan ontstaan en de suppletie binnen de bezwaartermijn (zes weken na betaling van de btw-aangifte) kan worden gedaan, verdient dit de voorkeur. In uiterste gevallen kunt u dan ook bij de rechter nog uw gelijk halen.
  • Is het belang minder dan € 1.000,-? Dan mag u btw terugvragen in de volgende btw-aangifte.
  • Aangiftetermijn niet verlopen? Heeft u de btw-aangifte al ingediend, maar is de aangiftetermijn nog niet verlopen? Dien dan geen nieuwe btw-aangifte in. Deze wordt namelijk niet in behandeling genomen (anders dan bij bijvoorbeeld de inkomstenbelasting).

Verkoop debiteuren

Factoring. Er zijn ondernemers die vorderingen opkopen voor een percentage van het debiteurensaldo en deze vorderingen dan gaan innen. Daarvoor is een bijzondere regeling getroffen. De ondernemer die zijn vorderingen overdraagt, wordt geacht de volledige vergoeding te hebben ontvangen (de prijs die hij hiervoor betaalt, is het lagere percentage van de potentiële opbrengst).

Let op. De overdrager krijgt dus geen btw terug. De overnemer (factoor) krijgt vervolgens het recht op teruggave als de vordering oninbaar wordt of na één jaar na opeisbaarheid.

Past u het kasstelsel toe? Binnen het kasstelsel kan er geen btw op oninbare vorderingen worden teruggevraagd. Bij het kasstelsel wordt de btw immers pas afgedragen als de vergoeding wordt ontvangen, dus bij oninbare vorderingen is de btw nooit afgedragen en valt er niets terug te vragen.

Overgangsregeling

Vorderingen die op 1 januari 2017 al betaald hadden moeten worden, maar nog niet definitief oninbaar zijn geworden, worden geacht op 1 januari 2018 oninbaar te zijn geworden. Dat betekent dat op 1 januari 2018 alle btw op oude (en zelfs stokoude) debiteuren is vervallen.

Let op. Als u geen invorderingsmaatregelen (meer) neemt, verjaart een vordering in de meeste gevallen na vijf jaar. Als een vordering verjaard is, kunt u de vordering niet meer (in rechte) opeisen. Dan is de vordering dus definitief oninbaar geworden.

Terugvragen. In de eerste btw-aangifte 2018 kan op basis van de overgangsregeling de btw op alle oude vorderingen (vervaldatum voor 1 januari 2017) worden teruggevraagd. Het gaat dus om de btw-aangiften over de perioden januari 2018, het eerste kwartaal van 2018 of het jaar 2018.

Dus? Inventariseer dus welke oude debiteuren u heeft openstaan voordat de btw-aangifte wordt ingediend. Check bij vorderingen die langer dan vijf (twee bij consumentenkoop) jaar openstaan ook de invorderingsmaatregelen die u nam. Dan weet u welke btw er teruggevraagd kan worden.

Positie van uw klant? Als uw klant betalingsachterstanden heeft, geldt voor hem het volgende. Bij ontvangst van de factuur ontstaat het recht op btw-aftrek, ook als er nog niets betaald is. Daar staat tegenover dat zodra het zeker is dat uw klant niet zal betalen, hij de btw moet terugbetalen.

Eenjaarstermijn. Als uw klant één jaar na de vervaldatum van de factuur nog niet (volledig) heeft betaald, moet hij de btw over het nog niet-betaalde deel van de schuld aan de Belastingdienst terugbetalen.

Let op. Dat geldt ook als er een betalingsregeling is getroffen. Wordt er later alsnog betaald, dan mag de btw worden teruggevraagd voor zover er betaald is.

Een handig stroomschema kunt u downloaden via http://tipsenadvies-administrateur.nl/download (FM 02.02.02).
Vraag oninbare btw tijdig terug. Houd de betalingstermijnen en afspraken met afnemers in de gaten. Bent u btw uit de overgangsregeling vergeten terug te vragen? Dien dan zo snel mogelijk een aanvullende (suppletie)aangifte in, dan gaat die teruggave niet verloren.

Contactgegevens

Indicator BV | Schootense Dreef 31 | Postbus 794 | 5700 AT Helmond

Tel.: 0492 - 59 31 31 | Fax: 040 - 711 17 00

klantenservice@indicator.nl | www.indicator.nl

 

KvK-nummer: 17085336 | Btw-nummer: NL-803026468B01